'Blij met meer vrouwen in bestuur Kerk'

TOESPRAAK BIJ 100-JARIG JUBILEUM KATHOLIERK VROUWENGILDE

100 Jaar katholiek Vrouwengilde. Dat is natuurlijk een respectabele leeftijd. Ik wil het een bijzonder kroonjaar noemen vanwege de grote staat van dienst, want een eeuw lang katholiek Vrouwengilde staat voor 100 JAAR ONTMOETING - 100 JAAR ONTPLOOIING - 100 JAAR ONTWIKKELING. Dit heeft het KVG nagestreefd, nu eens uitdagend, dan weer inspirerend maar altijd verbindend.

Maar eigenlijk is 100 jaar maar een korte tijd.  Het is pas 100 jaar dat vrouwen samen komen voor ontmoeting met het doel de talenten van vrouwen tot ontplooiing te brengen en in te zetten. Vrouwen voelden de behoefte met elkaar in gesprek te komen en met elkaar te delen wat hen bezig hield en om aandacht te vragen voor de eigen vrouwelijke benadering van maatschappelijke problematiek.

Het begin van de 20e eeuw mag men voor de vrouw een cruciale tijd noemen, waarin zij zelfbewust werd.  Het is ook interessant om te zien, hoe de oprichting van het KVG samenvalt met de tijd, waarin de roep om stemrecht voor de vrouw als maar luider werd. Het zou echter te ver voeren om hier nu die strijd om vrouwenkiesrecht te schetsen, maar het geeft wel de tijdgeest weer.

Ik zei: “Het is pas 100 jaar.”  In het geheel van de mensengeschiedenis dus heel recent. Gedurende heel de mensheid, zolang als de mensheid bestaat, was het rolpatroon voor de meeste vrouwen duidelijk. Ze waren enkel echtgenote en moeder. Dat is zeker niet minderwaardig maar juist heel waardevol is. Goede ouders zijn immers belangrijk voor de kinderen. Die vaste persoon in het leven van een kind, is voor het kind van groot belang. Ooit zei een puber tegen mij: “Ik haat het briefje op tafel met de mededeling waar het een staat.” Daarvoor in de plaats is nu via het sms’je of het mailtje vaak een veelvoud aan berichtjes bij de puber binnen gekomen. Het kind staat niet op berichtjes te wachten. Hij/zij wil een vertrouwde persoon zien bij thuiskomst uit school. Met de opvoeding van kinderen heeft de moeder grote verdienste voor hun verdere leven. Wie mag opgroeien in een goed ouderlijk huis, kan daar zijn hele leven op teren.

‘Pas 100 jaar KVG’ wil helaas ook zeggen, dat gedurende die vele daaraan voorafgaande eeuwen van het mensdom evenzovele generaties vrouwen de talenten die ze in zich droegen, niet konden ontplooien. Het is belangrijk te erkennen, dat de heersende klasse van mannen niet vanuit zichzelf tot het inzicht kwam dat ze voorbijgingen aan de kwaliteiten van vrouwen. Neen, alle vooruitgang is door vrouwen zelf bevochten. Uit eigen ervaring herinner ik me, dat ooit in statuten van een gemengd, niet-kerkelijk zangkoor apart vermeld stond, dat de voorzitter een man diende te zijn.  Er was een kleine vrouwenopstand nodig om een statutenwijziging op dit punt doorgevoerd te krijgen.  

De erkenning van de vrouw is bovendien meer dan alleen het gelijkheidsbeginsel toepassen. Mijn ervaring is bovendien, dat de vrouw vaak aan die functies die zij bekleedt, een meerwaarde weet toe te voegen vanuit het vrouw-zijn. Ik ben deze mening toegedaan, omdat een vrouw – naar mijn overtuiging- meer kwaliteiten heeft dan een man. Een vrouw heeft meer oog voor de totaliteit van het leven. Ze heeft het leven in zich gedragen en ter wereld gebracht, het gekoesterd, verzorgd, bemoedigd, getroost. Ze heeft oog voor nood en angsten die het menszijn ook mee bepalen.

Niet voor niets neemt mw Merkel een andere positie in bij het vluchtelingedebat dan haar mannelijke collegae in andere landen. Als vrouw toont zij zich meer dan mannen gevoeliger voor de menselijke kant van dit drama. Zij heeft oog voor de nood van deze vluchtelingen en zegt daarom: “Of het nu uit de lengte of de breedte moet komen, maar ‘wir schaffen das’.”

Of om een ander voorbeeld te noemen: Vrouwen binnen een kerkbestuur beoordelen het parochiële  leven anders dan de mannelijke collegae. Mannen zeggen na afloop van het werkjaar: “Het is goed gegaan in onze parochie. We hebben weer 20.000 euro aan de reserves kunnen toevoegen. Verder is het dak vernieuwd en is er nieuw grind op het kerkhof uitgestrooid.” Vrouwen zullen vragen: “Inderdaad. Maar… wat gebeurt er aan contacten met gezinnen, met jonge ouders en hun kinderen en wat doen we aan hun noden? Hoe leggen we contact met de opgroeiende jeugd? Krijgt het armoedevraagstuk voldoende aandacht? Wat doen we aan de nood van mensen die verloren lopen? Wat is onze bijdrage aan de eenzaamheidsproblematiek?” Vrouwen hebben een ruimere blik op kerk en op samenleving dan mannen.

Kortom: Vrouwen hebben meer oog voor de binnenkant van het leven, voor het geheim van het leven, voor de waarde van het leven, voor de kwetsbaarheid van het leven en hoe daarin elkaar nabij en tot steun  te zijn.

Vanwege die meerwaarde  vind ik het daarom jammer, dat bij de aanduiding van een ambt of een functie of beroep de vrouwelijke aanduiding heeft plaats gemaakt voor de mannelijke omschrijving. Een vrouw noemt zich politicus en geen politica. Ze is voorzitter en geen voorzitster. Ze is leraar en geen lerares. Waarom die eigen vrouwelijke meerwaarde, waarop vrouwen zich mogen voorstaan, toch niet benadrukt?

Ik hoop toch niet, dat onze prinses van oranje  Amalia na haar troonsbestijging zich ‘koning’ gaat noemen. Nu scoort onze koning in de peilingen best goed, maar misschien ook wel omdat hij een koningin aan zijn zijde heeft.  Amalia zal tonen in staat te zijn om als koningin dat alles samen in haar eigen persoon te verenigen zoals de meer dan 100 jaren durende periode van koninginnen op de troon bewijzen

“Waarom dan aan de rol van de vrouw in de Kerk geen grotere erkenning gegeven?”  is de vraag die natuurlijk nu op uw lippen brandt. “Waarom moet de vrouw zich haar plaats ook in de kerk op eenzelfde wijze bevechten als in de maatschappij?” Het zijn zeker gerechtvaardigde vragen, die we niet voortdurend mogen ontwijken. Het is een teken van hoop, dat paus Franciscus ervoor pleit om vrouwen vanwege hun eigen specifieke inbreng gelijkelijk een plaats te geven in vertegenwoordigende kerkelijke bestuursorganen. Ik ben daar blij mee. Ook heeft hij opdracht gegeven om te onderzoeken, of het diaconaat niet ook voor de vrouw opengesteld zou kunnen worden. Het zou mogelijk kunnen zijn, dat de paus op tegenwerking stuit. In elk geval is er nog een weg te gaan.

Natuurlijk verwacht u van mij als diocesaan administrator van het bisdom Roermond, dat ik ook stil sta bij de ‘K’ van ‘katholiek’  van het KVG. Of anders gezegd: dat ik inga op de relatie van het KVG tot de katholieke kerk. Die ‘K’ gaat mij natuurlijk aan het hart. Dat kan niemand van u mij kwalijk nemen. Ik mag aannemen, dat ik daarom ook ben uitgenodigd en het woord mag voeren.

Over die invulling van de ‘K’ is natuurlijk ook door uzelf als KVG veel nagedacht. Ook heeft het KVG zich altijd laten adviseren door de stafmedewerkster van de Dienst Kerk en Samenleving van ons bisdom. Ik wil daarom mijn benadering van de ‘K’ beschouwen als een opzetje, een ‘Denkanstoß’, zoals onze oosterburen het uitdrukken.

Gedurende de eerste  50 jaren van deze 100 jaar KVG zal de band met de plaatselijke parochie nog zeer innig geweest zijn. De kerk gaf de norm aan. Maar gedurende de laatste 50 jaar hebben zich binnen het KVG dezelfde ontwikkelingen voorgedaan die zich in de hele samenleving hebben voltrokken. De relatie naar de Kerk toe is een heel andere geworden en er zullen zeker stemmen geweest zijn, die ervoor gepleit hebben om de band met de kerk helemaal te verbreken en de letter ‘K’ te schrappen uit de naamaanduiding. Het schrappen van de ‘K’ werd soms beschouwd als een laatste logische stap in het proces van emancipatie. Ik zou dat zeer betreuren.  Mijn pleidooi is om te verhelderen dat het KVG ook een taak vervult binnen de Kerk opdat het zich ook verantwoordelijk kan voelen voor onze Kerk.  De opstelling van het KVG binnen de Kerk beschouw ik als een verrijking voor het kerk-zijn, van elkaar over en weer bevragen en ook over en weer elkaar ook iets bieden.  Bevragen betekent concreet, dat kerk bevraagd moet kunnen worden op haar standpunten, waarom ze iets zegt en waarom ze misschien niet overtuigt.  Wie zich niet laat bevragen, wil niet leren.

Misschien schaamt zich iemand van u voor de kerk. Ik kan dat begrijpen. Gebleken is, vooral in de laatste 10 jaar, dat de kerk even gebroken is als de hele samenleving en heel het mensdom. Ze had zichzelf op een arrogante wijze van die gebrokenheid verschoond geacht en met opgestoken vinger menigeen de les gelezen. Bovendien nam ze zichzelf in bescherming bij het openbaar worden van haar gebrokenheid ten koste van de slachtoffers. Dat is laakbaar. Macht corrumpeert. Ook kerkelijke macht. Misschien beter gezegd: Juist kerkelijke macht, want haar taak is te dienen en niet te heersen. Ik wil graag erkenning geven aan de pijn van slachtoffers maar ook aan de pijn van zo vele christengelovigen, leken en priesters, die - ondanks dit alles- nu  de kerk moeten dragen, haar verdragen en haar verder dragen. Juist bij dat verder dragen kan het KVG ons van dienst zijn.

De ‘K’ is in mijn ogen geen aanduiding zoals we iets wit of zwart noemen. De K staat voor wat we willen zijn en uitdragen: ze staat voor de christelijke inspiratie van het KVG. Het KVG laat zich door deze bezieling leiden. Deze nieuwe dynamiek vanuit een voortdurende herbronning vanuit het evangelie is voor iedere tijd een uitdaging. Die bezieling roept de beste eigenschappen in de mens wakker en stimuleert ze. Het moet voortdurend voortgaan, want stilstand is afgang. Het doet onszelf altijd afvragen: Waar sta ik voor? Waar ga ik voor? Wat zijn daartoe mijn inspiratiebronnen? Wat is mij heilig. Of: Wie is mij heilig? Het gilde kan de kerk en samenleving wijzen op de menswaardigheid van het menselijke bestaan en op de waarde van wat kwetsbaar is. In elk geval mogen we niet met de kaasschaaf onze katholieke of christelijke inspiratie verminderen.

Tenslotte: Het KVG wil altijd verbindend zijn.  Het wil de menselijke vragen en de evangelische verkondiging met elkaar in verband brengen. Moeders zijn in hun gezinnen degenen die altijd weer bijeenbrengen en verdeeldheid herstellen en bruggen slaan. Zo kan de Kerk van het gilde en andere vrouwenorganisaties leren over de diepmenselijke ervaringen, waarvoor  vrouwen meer antenne hebben dan de mannelijke collegae. Het helpt de kerk om deze verbindende eigenschappen in haar verkondiging en beleid te betrekken.

Terug naar de ‘K’ van het KVG. Wat houdt deze letter in? “Wat moet het KVG doen? Waar komt het op aan?” Op deze zelfde vraag  luidde het  antwoord van Jezus:  “Gij zult de Heer, uw God aanbidden met hart en ziel en de naaste als uzelf.”

Beter kan ik het niet samenvatten. Dank u wel.

     
     
     
     
     
Susteren-Echt