Week tegen de eenzaamheid

 
Grootfamilie
Haast elke week is er een bijzondere dag, toegewijd aan een bijzondere doelgroep. Op 5 oktober j.l.  stond aangegeven als ‘de internationale dag van de ouderen’. Er is  aandacht gevraagd voor de oudere mens uit ons midden. Maar het zou goed zijn om ook een dag te wijden aan de jonge mens, die zijn weg moet zoeken in deze ingewikkelde wereld.  Eigenlijk moeten jong en oud in deze maatschappij samenleven. Ze kunnen van elkaar leren. Oud en jong komen elkaar tegen en hebben elkaar nodig. Het samen leven van oud en jong doet beide groepen goed. 
 
In lang vervlogen tijden kende men eigenlijk niet zo de concentraties van oude mensen in bejaar-denhuizen of straten met seniorenwoningen. Men kende toentertijd de grootfamilie. Jonge men-sen trouwden in bij hun ouders en namen de verplichting op zich om voor hen te zorgen als ze hulpbehoevend werden. Dat kon goed gaan, maar er zijn ook voorbeelden van spanningen. Jonge mensen mochten niet het leven leiden dat hen voor ogen stond. Sociale controle, bemoeizucht over en weer zijn gedragingen die wij tegenwoordig niet meer willen.  Opgroeiende kinderen wil-len ook wel eens luidruchtig zijn. Zo zijn kinderen. Of kinderen permitteren zich graag nieuwe vrij-heden. Omgekeerd moest oma wel eens genadebrood eten bij zoon en schoondochter. Dus: Oude tijden mogen we niet idealiseren. Om goede redenen kiezen we ervoor dat oudere mensen zo lang mogelijk zelfstandig kunnen wonen. En ook oudere mensen willen hun kinderen de kans ge-ven hun eigen leven te leiden. 
 
Zelfstandig 
Ouderen van nu kunnen gelukkig zo lang mogelijk zelfstandig wonen. Er zijn aangepaste woningen gebouwd. Iedereen blij. Maar dit voordeel heeft ook zijn nadeel. Niet voor niets is vanaf donder-dag 27 september tot zaterdag 6 oktober een 10 dagen durende ‘ week tegen de eenzaamheid’ gehouden. Eenzaamheid is een maatschappelijk vraagstuk. Meer dan een miljoen Nederlanders voelt zich vaak en ook intens eenzaam. Bij eenzaamheid voelen mensen het gemis van verbon-denheid met anderen. In de ‘Week tegen Eenzaamheid’ is aandacht gevraagd voor dit probleem. Want eenzaamheid aanpakken begint met het leggen van contact. Maar het vraagt van de eenza-me mens, dat hij en zij van hun  kant ook contact wil leggen en contacten zoeken. 
aandacht
 
De vereenzaming is dus een probleem geworden. Wie op zijn computer ‘de week tegen de een-zaamheid.nl’  raadpleegt, krijgt diverse suggesties voor activiteiten om de eenzaamheid van oude-ren te doorbreken. Altijd gaat het om aandacht. Geen mens kan zonder aandacht. Verder  hebben we in onze Limburgse parochies een goed aanbod van activiteiten van onze Zonnebloem, de senio-renvereniging, het huiskamer en de vrouwenverenigingen. Daar mogen we heel blij mee zijn. Maar nu blijkt echter dat het aanbieden alleen niet voldoende is, want mensen willen vaak ook uitgeno-digd worden. Uit eigen beweging komen ze soms maar moeilijk de deur uit. Ze blijven achter de geraniums de hele dag tv kijken. Het klinkt misschien wat hard, maar voor een gedeelte zijn de eenzamen zelf ook schuld aan hun eenzaamheid. Ze sluiten zich op en wijzen iedere uitnodiging af om eens een vereniging te bezoeken. Gevolg is dat ze zwaarmoedig worden en gaan klagen en nog eenzamer worden. 
 
Omzien naar elkaar
Nu presenteert elke winkel zich in de etalage en nodigt voorbijgangers uit om binnen te lopen, opdat van kijken kopen komt. Werven is onderdeel van het winkeliersvak. Ook onze ouderenver-enigingen weten uit eigen ervaring dat een uitstekend jaarprogramma alleen onvoldoende is om een toestroom van mensen te genereren. Altijd moet er een uitnodigend beleid worden gevoerd. Dat veronderstelt van zo’n bestuur dat er opgelet moet worden. Wie kunnen we uitnodigen om lid te worden of om opgehaald te worden? Wie is er niet? Wie is er lange tijd niet? Is daar een reden voor? Goede actieve leden kunnen buren en familie en bekenden enthousiasmeren om mee te gaan naar de gezelligheidsmiddag. Enkele verenigingen voeren een dergelijk beleid. De doelstelling van een bestuur moet daarom verder reiken. Niet alleen is het streven om een bloeiende veren-ging zijn, maar belangrijk is, dat ook de maatschappelijke nood van de vereenzaming wordt erkend en dat er beleid is om die te helpen oplossen. 
 
Noaberplicht
In oude tijden was er de noaberplicht. Dat was een ongeschreven wet, dat men elkaar moest hel-pen, want iedereen kon wel eens in nood komen. De nood van vroeger is er misschien niet meer op deze wijze, maar het zou goed zijn om ook voor de nieuwe nood van de vereenzaming de noaberplicht weer tot leven te wekken.
 
Mgr. Dr. Hub Schnackers,
diocesaan-administrator

     
     
     
     
     
Susteren-Echt